De camera zit inmiddels op je neus

Gisteren zag ik het onderwerp opnieuw voorbijkomen bij de NOS: de camerabril.
En eigenlijk is het woord bril hier bijna misleidend.
We hebben het over een apparaat met camera, microfoon en AI dat eruitziet als iets wat miljoenen mensen iedere dag gewoon op hun gezicht dragen. De camera hoeft niet meer aan een gevel te hangen. Hij hoeft niet meer groot boven een winkelstraat te bungelen. Hij hoeft zelfs niet meer op een telefoon gericht te worden.
Hij kijkt gewoon mee.
Dat is voor mij precies waarom deze ontwikkeling zo interessant is voor Panoptica.
Jarenlang was surveillance tenminste nog zichtbaar. Een beveiligingscamera hing ergens. Je kon hem aanwijzen. Je wist ongeveer wanneer je een bewaakte ruimte binnenliep.
Bij een camerabril verandert dat.
Degene tegenover je kan kijken én opnemen. Een klein lampje moet duidelijk maken dat er gefilmd wordt, maar de Autoriteit Persoonsgegevens vindt die signalering onvoldoende en waarschuwt bovendien dat zo’n indicatie manipuleerbaar kan zijn.
En ondertussen verandert er iets fundamentelers.
De camera verdwijnt als object.
Hij wordt kleding.
Een accessoire.
Een paar glazen op een neus.
Straks misschien een lens.
Daarmee verandert ook onze verhouding tot elkaar.
Als ik een telefoon voor je gezicht houd, weet je dat ik film.
Maar wat gebeurt er wanneer je tijdens ieder gesprek moet gaan nadenken:
Kijkt deze persoon naar mij, of word ik opgenomen?
En daarna komt de volgende vraag.
Waar gaat dat beeld heen?
Blijft het op het apparaat?
Wordt het geanalyseerd?
Herkent software wat er in beeld staat?
Wordt er AI op losgelaten?
Wie krijgt toegang?
Hoe lang blijft het bestaan?
Dat zijn geen sciencefictionvragen meer.
Volgens de NOS zijn wereldwijd al miljoenen AI-brillen van Meta verkocht. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt inmiddels expliciet voor camerabrillen, juist omdat omstanders vaak nauwelijks kunnen zien dat ze worden gefilmd. Ook locaties beginnen grenzen te trekken. TivoliVredenburg heeft camerabrillen bijvoorbeeld verboden vanwege privacy en sociale veiligheid.
Ik vind vooral de verschuiving interessant.
We hebben lang gedacht over surveillance in termen van camera’s die naar mensen kijken.
Nu gaan we naar een wereld van mensen die camera’s dragen.
Iedere voorbijganger kan daarmee een bewegend observatiepunt worden.
Voor Panoptica is dat een belangrijk kantelpunt.
Mijn installatie gaat over kijken en bekeken worden, over camera’s, gezichtsherkenning, AI-analyse en over het moment waarop je niet langer alleen toeschouwer bent, maar zelf onderdeel wordt van het systeem.
Dat systeem hoeft straks misschien niet eens meer aan de muur te hangen.
Wij dragen het zelf.
PANOPTICA
kunst>kijkt<terug












